Eigen gedichten

Op deze pagina vindt u een aantal gedichten en rijmpjes die door mijn moeder vervaardigd zijn. Roosendalers begrijpen waarschijnlijk wel over welke "kade" het gaat. Ik zelf heb mij ook wel eens aan het poëtische gewaagd. Deze vruchtbeginselen van mijn pen zullen op een later tijdstip wellicht op deze pagina verschijnen.

Gehoord in een tuin aan de Kade
een worm van onder een spade
goed opletten Loes
ben niet voor de poes
een vogel die kent geen genade.

Een jonge eend uit de "Paterstuin"
bakt ze toch wel heel erg bruin
want sinds hij de lucht uit de keuken kan ruiken
weigert het beest in het water te duiken.

De eenden met al hun gesnater
lagen niet goed bij een zekere pater
hij sloeg ze alras
pardoes van het gras
en spijt kreeg hij pas weken later.

Oeps... dacht de haan in het kippenhok
met jou wil ik best wel op stok
Hij probeerde, hij waagde een gokje
maar de hen sloeg de haan van zijn stokje.

Een vis, de oude Pieternel
treurde om haar losse vel.
De kat dacht: Yes, nu vlug en gauw
want ik neem het niet zo nauw.

'Ode' aan mijn tandarts

Amper in de tandartsstoel begin ik al te zweten
terwijl hij klopt en schuurt en boort denk ik: hij moet toch weten...
Geen warme blik of schouderklop, hij gaat maar door met 'slopen'
en af en toe dan klinkt het nors: uw mond wat verder open!

Na een uur of wat dan stopt de boor en lampen floepen uit
en hoor ik toch de tandarts die een vriend'lijk deuntje fluit!
"Hoe is het met de kinderen?" vraagt hij staand achter mijn stoel
en ik denk: man, haal nou toch eerst die klemmen uit mijn sm...

Januari 1989
J. van Rooij

Terug naar de hoofdpagina? Klik hier.

Deze pagina is voor het laatst vernieuwd op 1 mei 2005